Voedselveiligheid

Onze klanten moeten erop kunnen vertrouwen dat de veiligheid van het voedsel dat wij hen aanbieden gewaarborgd is. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft speciaal voor de voedselbanken in Nederland een document opgesteld, het Infoblad 76, met richtlijnen waaraan wij moeten voldoen om veilig met voedsel te kunnen/mogen werken.

Wij werken met een Handboek Voedselveiligheid dat gebaseerd is op de CBL Hygiëne Code. In dit Handboek staat beschreven wat wij moeten doen en laten om er zeker van te zijn dat er aantoonbaar voedsel veilig gewerkt wordt. Onafhankelijke commerciële inspectiebedrijven werkzaam op het gebied van voedselveiligheid voeren de inspecties uit.

Voedselbank Amsterdam wordt gecontroleerd, zodat ons certificaat Voedselveiligheid behouden blijft. Wij hebben continu zorg en aandacht om dit certificaat te behouden of het niveau verder te verbeteren.

Helaas brengt dit kosten met zich mee voor investeringen. We vragen u daarom ons te steunen met een (online) donatie.

Meer weten over voedselveiligheid? Kijkt u hier

Bijna een kwart van de EU-bevolking, d.w.z. 119,1 miljoen mensen, liep in 2015 kans op armoede of sociale uitsluiting en 42,5 miljoen mensen konden om de andere dag geen voedzame maaltijd veroorloven. Tegelijkertijd wordt er in de EU jaarlijks naar schatting ongeveer 88 miljoen ton voedselafval gegenereerd, met zo’n 143 miljard EUR aan bijbeho­rende kosten. Voedselafval heeft niet alleen grote economische en maatschappelijke gevolgen, maar zet ook de eindige natuurlijkehulpbronnen en het milieu onnodig onder druk. Ongeveer een derde van het voedsel dat wereldwijd wordt geprodu­ceerd, gaat volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) verloren of wordt verspild.
Voedsel dat wordt geoogst maar uiteindelijk verloren gaat of wordt verspild, verbruikt ongeveer een vierde van de totalehoeveelheid water die jaarlijks in de landbouwsector wordt gebruikt, en neemt akk
er land zo groot als China in.
Ongeveer 8 % van de jaarlijkse wereldwijde broeikasgasemissies is afkomstig van voedselafval.
Voedselafval moet in de eerste plaats worden voorkomen door maatregelen te nemen aan de bron, door overschotten in elke schakel van de voedselvoorzieningsketen (d.w.z. productie, verwerking, distributie en verbruik) te beperken. Eventu­ele voedseloverschotten kunnen vervolgens het best worden herverdeeld voor menselijke consumptie. Op die manier worden de voedselbronnen op de meest waardevolle manier
benut.
Voedseldonatie is niet alleen een manier om voedselarmoede te bestrijden, maar kan ook een doeltreffend instrument zijn om de hoeveelheid voedseloverschotten die industrieel worden verwerkt of terechtkomen in afvalverwerkingsinstal­laties en uiteindelijk op stortplaatsen te verminderen. Hoewel steeds meer voedseloverschotten worden herverdeeld en voedselproducenten en -verkopers bereid zijn om hun overschotten te doneren aan voedselbanken en liefdadigheidsin­stellingen, wordt nog steeds maar een klein percentage van de totale, in de EU beschikbare eetbare voedseloverschotten
herverdeeld. Zo hebben de leden van de Europese Federatie van Voedselbanken (EFVB) in 2016 535.000 ton voedsel verdeeld onder6,1 miljoen mensen, wat maar een klein deel is van de geraamde hoeveelheid voedselafval die jaarlijks in de EU wordt gegenereerd.
Aldus: EU-richtsnoeren inzake voedseldonatie” (2017/C 361/01) van de EU